De Naam

(vrij overgenomen uit "Kroniek ener Joekskapel" uit 1987 van dhr. A Theeuwen)

De naam van de joekskapel dateert niet van de oprichtingsvergadering. Iets wat goed wil zijn kost tijd en het heeft daarom ook enige tijd geduurd voordat men het eens was over de naam.

Men had de keuze uit namen zoals Kaaf, Medunk, Gaar Neet De Minste, De Zeus Ouk Waal, Allewiels, Gorju, Mondekke, De Eierjônge en, als het waar is wat Hay Hasselman tot de dag van vandaag beweert, Zwaor Kloëte.

Na de nodige discussie werd besloten om de joekskapel te dopen tot "De Eierjônge". Deze naam, voorgesteld door Jan Mulders, is een terechte keus gebleken. Was het immers niet zo dat vroeger in Maasbree reeds de Eierjônge hadden bestaan. Zo noemde men namelijk de jongelui die, voordat ze onder de wapenen werden geroepen, dorp en platteland rondtrokken om eieren op te halen die ze dan weer verkochten ter aanvulling van hun karige soldij. Omdat deze jonge kerels, vooruitgegaan door de roep "Dao kómme de Eierjônge", het nodige kabaal en de nodige tam-tam maakten, is de overeenkomst met onze joekskapel duidelijk. De naam "Eierjônge" is dan ook logisch en terecht.